Kollumer Oproer: het verhaal

Deel 2: Salomon Levy

Salomon Levy: de perfecte zondebok of toch een rebellenleider?
Met grote karren vol waren trekken Duitse kooplieden van de 16de tot de 19de eeuw naar Nederland. De meesten keren terug voor nieuwe voorraad, maar Salomon Levy, een kleine Joodse koopman uit Hessen blijft op één van zijn tochten in Nederland. Misschien omdat de discriminatie van Joden in Duitsland erger is dan in Nederland, misschien omdat hij hier kansen ziet voor een goede toekomst óf misschien wel voor de liefde!

© door: Atsje de Vries

Salomon vestigt zich in Niezijl en trouwt er met Fokje Theunis uit Burum. Samen krijgen ze in 1788 een zoon: Theunis. Een paar jaar later verhuist het gezin naar De Westereen. Levy hoopt daar een beter bestaan als slager en koopman op te bouwen. Maar dat valt tegen. In de Friese Wouden zijn de mensen arm en het kost Salomon veel moeite om zijn gezin met inmiddels drie kinderen (zoon Theunis en dochters Ytsje en Aaltsje) te onderhouden. Of het de armoede is die hem tot wanhoop drijft, valt niet meer uit de archieven te achterhalen, maar Salomon moet vier keer voor de rechter verschijnen. Voor het stelen van een schaap en lammeren wordt hij tot twee keer toe vrijgesproken. Maar voor het handelen in gestolen goederen wordt hij wél veroordeeld, tot één jaar in het tuchthuis.

Minder burgerrechten voor Joden
Joden worden in Nederland lang gediscrimineerd. Zo hebben ze toestemming nodig om zich ergens te vestigen en zijn er nauwelijks beroepen die ze mogen uitoefenen. Ze hebben niet alleen minder rechten, maar ze worden ook vaak strenger gestraft en eerder verdacht. Dat merkt Salomon Levy ook als hij tot twee keer toe ten onrechte wordt beschuldigd. Hij weet dan nog niet dat hij later zal worden beschuldigd van een groter misdrijf, met grotere gevolgen.

‘Ik sil dy oan repen snije!’
In 1797 is Salomon Levy betrokken bij het Kollumer oproer. Hij is de leider van de rebellen die Abele Reitses bevrijden uit het Kollumer rechthuis en dreigt patriot Abele Keuning ‘oan repen te snijen’. Tenminste, daarvoor wordt hij aangeklaagd. Zelf ontkent hij de rol als leider en ook dat hij iemand heeft bedreigd ‘de kop te klooven’. Hij duikt een jaar lang onder, maar wordt uiteindelijk toch gevonden en veroordeeld. Op 17 maart 1798 wordt hij onthoofd in Leeuwarden. Hij krijgt geen eerlijk proces, de politieke vrienden van Abele Keuning vinden in Salomon een makkelijke zondebok. Hij is na Jan Binnes de tweede en laatste man die ter dood veroordeeld wordt voor een rol bij het Kollumer Oproer.

In De Westereen is later een straat naar Salomon Levy genoemd en veel mensen uit de regio stammen van hem af. De kinderen van Salomon Levy nemen later de achternaam De Bruin aan. Meer families met duidelijk Joodse achternamen kiezen een nieuwe naam om discriminatie te voorkomen. Zoon Theunis wordt ook een groot koopman in De Westereen en bezat er enkele huizen en land. De familie Salomon stond duidelijk aan de basis van de Westereender Keaplju van nu.